Uncategorized
Leave a comment

Wonen in een tiny house

De waarheid achter de instagramfoto’s

Door Mirjam Brouwer

‘Wat! Woon je in een tiny house? Heb je foto’s?’
Ik ben vorig jaar verhuisd naar een klein huisje omdat ik verlangde naar meer rust, natuur en simpliciteit. Wat ik toen nog niet wist, was dat deze stap mij ook een stuk interessanter zou maken als persoon. Wanneer ik mensen vertel over mijn nieuwe woonsituatie, krijg ik onmiddellijk de stempels: cool, bewust en avontuurlijk. En dat is natuurlijk mooi meegenomen.

Zelfs makelaars en online marketing consultants zijn onder de indruk van mijn nieuwe woonvorm. Ik bevond me even geleden op een borrel van een marketingbureau, en ook daar werd ik
overladen met vragen en jaloerse blikken: ‘Hoe groot is je huis precies?’ ‘Kan het over de snelweg?’ ‘Hoeveel spijkerbroeken kan je erin kwijt?’ Deze mensen zijn de hele dag bezig om anderen spullen te laten kopen, maar ze vonden mijn minimalistische leven prachtig. Lekker simpel. Overzichtelijk ook.

Nu bekijken ze het wonen in een tiny house misschien door een iets te romantisch filter. De woninkjes zijn namelijk zeer instagramable. Als je avond na avond foto’s van prachtig gestylde huisjes tussen de korenbloemen tegenkomt op je tijdlijn, dan lijkt zoiets natuurlijk heerlijk. Maar ik kon ze uit de droom helpen. Om te beginnen zijn tiny houses nooit zo netjes als op de foto’s, want ondanks intenties om minimalistisch te leven hebben mensen toch altijd SPULLEN om zich heen, en die kan je op een stuk minder plekken kwijt dan in een gewoon huis. Verder is het wonen onzeker
(Waar mag ik staan? En voor hoe lang?), krap (mijn vriend en zijn drie kinderen kunnen niet té vaak op bezoek komen), veel werk (op elke nieuwe locatie moet je weer alles installeren en opbouwen) en soms een beetje vies (zoek maar eens op hoe de wc werkt).

Dat gezegd hebbende… Ik ben compleet verliefd geworden op deze manier van wonen en ik kan me niet voorstellen dat ik snel terugga naar een ‘normaal’ huis. Eén van de fijnste dingen van een tiny house vind ik, en dat zie je ook niet op de instagramfoto’s, dat je een groot deel van je weekenden aan het graven bent. Graven voor de afvoer. Voor de elektriciteitsdraden. Voor het klaarmaken van de moestuin. Toen ik een vriend vertelde dat ik me de laatste tijd zo gelukkig voelde, was zijn reactie:
‘Geen wonder. Jij bent ook de hele dag pijpleidingen aan het aanleggen.’

Hij heeft gelijk: graven maakt gelukkig. Ik vermoed zelfs dat wonen in een tiny house helpt bij een heleboel westerse problemen: piekeren, somberheid, eenzaamheid, overgewicht, burn-out, slapeloosheid. Harde wetenschappelijke bewijzen heb ik nog niet, maar mijn persoonlijke resultaten zijn zeer positief. Wellicht voelen zelfs online marketing consultants dit aan. Het zou zomaar kunnen dat niet alleen de gelikte instagramfoto’s hen naar een tiny house doen verlangen, maar dat er ook
een dieperliggende drijfveer is: een hunkering naar een ander leven met andere prioriteiten. Ik zou het iedereen gunnen.

En dan tot slot, voor de geïnteresseerden, mijn antwoorden op de borrelvragen: mijn huisje is twintig vierkante meter, het kan met 70 km/u over de snelweg en er passen een heleboel broeken in. Ze zitten tot in m’n keukenkastjes.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.